ECLI:NL:CRVB:2023:89
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepschrift
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 1 juli 2021. De beroepstermijn bedraagt zes weken en begon te lopen vanaf de dag na toezending van de uitspraak op 2 juli 2021, waardoor de uiterste datum voor het indienen van het beroepschrift 14 augustus 2021 was. Het beroepschrift werd echter pas op 8 april 2022 digitaal ontvangen, ruim na de termijn.
De Centrale Raad van Beroep heeft onderzocht of er redenen waren om het verzuim te verontschuldigen. Appellant verwees naar de vondst van een OV-studentenkaart die nader onderzoek mogelijk maakte, maar dit werd niet als een geldige reden voor de overschrijding van de termijn geaccepteerd. De rechtbank had appellant erop gewezen dat tijdig pro forma hoger beroep mogelijk was om de termijn te waarborgen.
Gelet op het ontbreken van een geldige reden voor de overschrijding, verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Appellant wordt gewezen op de mogelijkheid om zich tot DUO te wenden voor een verzoek om kwijtschelding van een openstaand bedrag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.