ECLI:NL:CRVB:2023:890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid per 15 november 2020
Appellant ontving een WGA-vervolguitkering vanwege arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door diverse medische aandoeningen. Na een melding van verslechtering van zijn gezondheid heeft het UWV op 31 maart 2020 twee besluiten genomen: vaststelling van 80-100% arbeidsongeschiktheid per 1 februari 2019 en beëindiging van de WIA-uitkering per 1 juni 2020 vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.
Appellant maakte bezwaar tegen het tweede besluit, waarna het UWV dit bezwaar gegrond verklaarde en de beëindiging van de uitkering uitstelde tot 15 november 2020. In het daaropvolgende beroep stelde appellant dat zijn beperkingen groter waren dan vastgesteld. Het UWV verrichtte een aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek gericht op 15 november 2020, waaruit bleek dat de beperkingen gelijk waren aan de eerdere beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV het bezwaar zorgvuldig had behandeld en de juiste datum had beoordeeld. De Raad onderschrijft dit oordeel en bevestigt dat de WIA-uitkering terecht is beëindigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was per 15 november 2020. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WIA-uitkering van appellant terecht is beëindigd per 15 november 2020 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.