ECLI:NL:CRVB:2023:895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens voldoende arbeidsvermogen
Appellante, geboren in 1987 en sinds 2015 in Nederland woonachtig, vroeg een Wajong-uitkering aan. Het UWV weigerde deze omdat zij niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was op haar achttiende verjaardag en de vijf jaren daarna. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren en dat appellante ten minste vier uur per dag belastbaar is.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door een aangeboren oogziekte al vanaf haar geboorte arbeidsongeschikt was en verwees naar medische informatie uit Polen en recente GGZ-gegevens. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling van het UWV en de rechtbank consistent en zorgvuldig was. Er was geen medische noodzaak voor een urenbeperking en de informatie uit Polen wijkt niet wezenlijk af van het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De Raad bevestigde dat appellante voldoende arbeidsvermogen heeft en dat de weigering van de Wajong-uitkering terecht is. Het hoger beroep wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante ten minste vier uur per dag belastbaar is.