ECLI:NL:CRVB:2023:898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door UWV
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar trok dit hoger beroep op 11 oktober 2022 in. Betrokkene verzocht daarop om een proceskostenveroordeling tegen UWV. De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek schriftelijk behandeld.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. Gezien de eerdere proceskostenveroordeling door de rechtbank en de redelijke kosten die betrokkene heeft moeten maken, werd UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op in totaal € 2.031,-, bestaande uit € 1.194,- voor de behandeling van het bezwaar en € 837,- voor de verleende rechtsbijstand in hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, op 10 mei 2023.
Uitkomst: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is veroordeeld tot betaling van € 2.031,- aan proceskosten aan betrokkene.