ECLI:NL:CRVB:2023:914

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 mei 2023
Publicatiedatum
16 mei 2023
Zaaknummer
21 / 198 PW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens onduidelijkheid over bestreden besluit

Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, maar heeft niet concreet aangegeven tegen welk besluit het beroep zich richt. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege deze onduidelijkheid.

In hoger beroep heeft appellant geen aanvullende duidelijkheid verschaft over het bestreden besluit of het herzieningsverzoek waarop het beroep zou zien. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat niet kan worden vastgesteld welk besluit wordt aangevochten.

Appellant stelde tijdens de zitting dat de zaak verband houdt met bijzondere bijstand voor een bril en een blokkering van zijn uitkering, maar kon niet concreet maken op welke besluiten dit betrekking heeft. Het college gaf aan dat appellant meerdere aanvragen heeft gedaan voor bijzondere bijstand en geen algemene bijstand ontvangt, waardoor het verzoek tot herziening van een blokkering niet herkenbaar is.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wijst het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

Uitspraak

21 198 PW

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 januari 2021, 20/1173 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (college)
Datum uitspraak: 16 mei 2023

PROCESVERLOOP

Appellant heeft met een beroepschrift van 24 februari 2020 beroep ingesteld. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 april 2023. Appellant heeft via een telefoonverbinding deelgenomen aan de zitting. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.J. Telting.

OVERWEGINGEN

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant heeft beroep ingesteld bij de rechtbank.
Uitspraak van de rechtbank
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat niet duidelijk is geworden tegen welk besluit het beroep is gericht. Ter zitting bij de rechtbank heeft appellant gezegd dat hij herzieningsverzoeken heeft ingediend, waarop het college niet heeft beslist. De rechtbank heeft overwogen dat appellant niet concreet heeft aangegeven op welke herzieningsverzoeken (data, kenmerken) hij doelt.
Standpunt appellant
3. In hoger beroep heeft appellant zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
Het oordeel van de Raad
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Appellant heeft ook in hoger beroep geen duidelijkheid gegeven tegen welk besluit het beroep is gericht of, als het beroep ziet op het uitblijven van een besluit op een herzieningsverzoek, welk herzieningsverzoek appellant dan bedoelt. De rechtbank is gemotiveerd op de zaak ingegaan. Appellant heeft geen redenen aangevoerd waarom de aangevallen uitspraak onjuist dan wel onvolledig zou zijn. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen, zoals onder 2 weergegeven, waarop dat oordeel rust.
4.2.
Voor zover appellant op de zitting bij de Raad heeft gesteld dat de zaak gaat over bijzondere bijstand voor een bril en een blokkering van zijn uitkering, heeft appellant niet concreet gemaakt op welke besluiten van het college hij doelt. Het college heeft ter zitting toegelicht dat er veel zaken zijn van appellant en dat hij meerdere aanvragen om bijzondere bijstand voor een bril heeft ingediend. Appellant ontvangt geen algemene bijstand van het college, dus dat appellant heeft verzocht om herziening van de blokkering van zijn uitkering, kan het college niet plaatsen.
4.3.
Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten moet worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door K.M.P. Jacobs, in tegenwoordigheid van E.X.R. Yi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2023.
(getekend) K.M.P. Jacobs
(getekend) E.X.R. Yi