Uitspraak
23.519 AOW-PV, 23/840 AOW-VV-PV
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het verzoek om schadevergoeding niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Centrale Raad van Beroep
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft besloten om de buitenlandbijdrage op het AOW-pensioen van verzoekers in te houden en heeft geweigerd terug te komen op deze besluiten. Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen deze inhouding en vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. De rechtbank stelde vast dat de Svb een kassiersfunctie vervult en gebonden is aan de vaststellingen van het CAK over verdragsgerechtigdheid en de verschuldigdheid van de buitenlandbijdrage.
Verzoekers betoogden dat het CAK onrechtmatige besluiten heeft genomen en dat zij hierdoor schade hebben geleden. Zij verzochten om een voorlopige voorziening om het CAK te verplichten tot betaling van de schade en tot verwijdering van hun persoonsgegevens. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat het CAK geen partij is in deze procedure en dat verzoeken jegens het CAK niet ontvankelijk zijn.
De voorzieningenrechter bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de Svb terecht heeft geweigerd terug te komen op de besluiten. Verzoekers hebben geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die een heroverweging rechtvaardigen. Ook is geen sprake van evidente onredelijkheid. De beoordelingsmarge van de Svb is beperkt, mede gelet op de Regeling Zorgverzekering. Het verzoek om schadevergoeding en wijziging van administratie bij het CAK werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Sociale Verzekeringsbank om terug te komen op de besluiten tot inhouding van de buitenlandbijdrage op het AOW-pensioen.