ECLI:NL:CRVB:2023:993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-pensioen wegens niet-verzekering periode 1979-1981
Appellant heeft een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangevraagd met de stelling dat hij vanaf 1979 in Nederland woonde en verzekerd was. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende hem een pensioen toe met een korting van 24%, later verminderd naar 20% na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij voor 21 juni 1981 in Nederland woonde of verzekerd was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij sinds 1977 in Nederland verbleef en overhandigde verklaringen van oud-medebewoners en een document van het Marokkaanse consulaat. De Raad oordeelde echter dat deze stukken onvoldoende objectief bewijs bevatten om de verzekering voor de AOW vanaf 1979 aan te tonen. De verklaringen waren subjectief en het consulaatsdocument gaf geen concrete aanwijzingen over de verzekeringsstatus in de betreffende periode.
De Raad sloot aan bij het Schakelregister waarin staat dat appellant op 21 juni 1981 naar Nederland is gekomen. Hierdoor is de korting van 20% op het pensioen terecht toegepast. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting van 20% op het AOW-pensioen wegens onvoldoende bewijs van verzekering tussen 1979 en 21 juni 1981.