ECLI:NL:CRVB:2024:1000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens verdiencapaciteit boven 65% na ziekte
Appellant werkte als glas-tuinbouwmedewerker en meldde zich ziek met lichamelijke klachten. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze per 20 oktober 2022 omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen volgens een arbeidsdeskundige beoordeling.
Appellant voerde bezwaar aan tegen deze beslissing, stellende dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat zijn slaapapneu en aambeien hem meer beperkten dan erkend. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, onderbouwd met nieuw arbeidsmedisch onderzoek en longartsinformatie. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze nieuwe informatie niet relevant was voor de beoordelingsdatum en dat het UWV voldoende rekening hield met zijn klachten. De geselecteerde functies zijn medisch geschikt bevonden.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de beëindiging van de ZW-uitkering terecht was, waardoor appellant geen recht heeft op vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering wordt bevestigd omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kan verdienen.