Uitspraak
PROCESVERLOOP
R.D. van den Heuvel.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante betwistte de vaststelling van het UWV dat haar mate van arbeidsongeschiktheid per 7 februari 2020 ongewijzigd op 67,34% bleef. Zij stelde dat haar medische beperkingen waren toegenomen en overwoog hiervoor een psychiatrische expertise en een MRI-rapport.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek door het UWV zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen waren voor een verslechtering van de gezondheidstoestand. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel na behandeling van het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische gegevens, waaronder het Spaanse onderzoek en psychiatrisch rapport, op een inzichtelijke wijze heeft betrokken. Er is geen sprake van ernstig psychiatrisch disfunctioneren of objectief vastgestelde toename van lichamelijke beperkingen.
Het enkele MRI-onderzoek van 2024 is niet relevant voor de situatie per 7 februari 2020. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijk deskundige wordt afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen en de vaststelling van 67,34% arbeidsongeschiktheid blijft in stand.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 7 februari 2020 blijft ongewijzigd vastgesteld op 67,34%.