Uitspraak
22.57 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.937,50;
- bepaalt dat het Uwv het door appellante beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 184,-, vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure werd een deskundige benoemd die rapporteerde, waarna het UWV op 22 december 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar nam die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante.
Hierdoor trok appellante haar hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Raad besloot het verzoek toe te wijzen op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht, omdat het bestuursorgaan aan appellante was tegemoetgekomen.
De proceskosten werden begroot op € 3.937,50 voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep, plus vergoeding van het betaalde griffierecht van € 184,-. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van deze kosten.
De uitspraak werd gedaan door E.W. Akkerman namens de Centrale Raad van Beroep op 22 mei 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.