ECLI:NL:CRVB:2024:1021
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bij migraine
Appellante ontving sinds 2014 een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid door chronische migraine. Na herbeoordelingen stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 19 december 2018. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit.
De Centrale Raad van Beroep onderzocht het hoger beroep, waarbij een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige werd benoemd. Deze concludeerde dat appellante wel beperkingen heeft, maar dat er geen sprake is van sterk wisselende mogelijkheden of excessief ziekteverzuim. De deskundige achtte het verzuimrisico maximaal 25%, wat onder de grens van 35% arbeidsongeschiktheid valt.
De Raad oordeelde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend zijn. De medische informatie en inconsistenties in de door appellante aangevoerde frequentie en duur van migraineaanvallen werden meegewogen. De Raad volgde het oordeel van de deskundige en bevestigde het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 19 december 2018 vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.