ECLI:NL:CRVB:2024:1023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij WIA-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland waarin het bezwaar tegen een UWV-besluit inzake een WIA-uitkering werd toegewezen. Het UWV had eerder een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 70,73%, maar de rechtbank stelde de mate van arbeidsongeschiktheid bij uitspraak op 79,34%.
Tijdens het hoger beroep nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij aan appellant een IVA-uitkering werd toegekend met ingang van 1 oktober 2021. Hiermee kwam het UWV volledig tegemoet aan de bezwaren van appellant. Hierdoor ontbrak het appellant aan procesbelang om het hoger beroep voort te zetten.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over de nog na te betalen uitkering, proceskosten voor een deskundigenrapport en het betaalde griffierecht. De vergoeding van deskundigenkosten werd berekend op basis van het Besluit tarieven in strafzaken 2003.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente, proceskosten en griffierecht.