ECLI:NL:CRVB:2024:1040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over onroerende zaken in buitenland
Appellant ontving bijstand vanaf december 2013 en werd deze bijstand ingetrokken en teruggevorderd wegens het niet melden van onroerende zaken in Turkije, geregistreerd op zijn naam. Ondanks zijn stelling dat hij geen beschikkingsmacht heeft over deze onroerende zaken, kon hij dit niet aantonen.
Het college legde tevens een boete op wegens het niet melden van deze onroerende zaken. Appellant maakte bezwaar tegen deze boete, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde de besluiten. In hoger beroep stelde appellant dat hij volledige openheid had gegeven en dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. De Centrale Raad van Beroep verwierp deze argumenten, oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen beschikkingsmacht had en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en liet de intrekking, terugvordering en boete in stand. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand en de boete worden bevestigd; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.