ECLI:NL:CRVB:2024:1052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WIA-uitkering met arbeidsongeschiktheid van 35,05% na zorgvuldige beoordeling
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd vanwege arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door meerdere medische aandoeningen. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 35,05% na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige, en wees de aanvankelijke aanvragen af. Na bezwaar en beroep werd dit percentage gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het UWV-besluit ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij meer beperkingen had dan aangenomen, maar de Raad volgde dit niet.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het UWV voldoende en inzichtelijk had gemotiveerd dat de geselecteerde functies passend waren en dat het arbeidsongeschiktheidspercentage correct was vastgesteld. Het beroep slaagde niet en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing en leidt tot het in stand blijven van de toekenning van de WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 35,05%.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 35,05% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep en schadevergoedingsverzoek af.