ECLI:NL:CRVB:2024:1056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding in 2017 wegens lichamelijke klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en wees de uitkering per 12 augustus 2020 af. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het onderzoek zorgvuldig was en de medische rapporten voldoende gemotiveerd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan en dat zowel fysieke als psychische beperkingen onvoldoende waren erkend, waaronder een urenbeperking. Ook stelde zij dat de geselecteerde functies niet passend waren. Het UWV en de ex-werkgever verzochten bevestiging van het eerdere oordeel.
De Raad oordeelt dat het hoger beroep niet slaagt. De Raad onderschrijft de zorgvuldigheid van het UWV-onderzoek, de juiste toepassing van de FML en de passende functie-selectie. Ook wijst de Raad de stelling van appellante af dat beperkingen uit een latere Amber-melding per 2022 terugwerkend op de datum in geding toegepast moeten worden. De weigering van de WIA-uitkering blijft derhalve in stand.
Uitkomst: De weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.