ECLI:NL:CRVB:2024:1079
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidszaak
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, maar het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht binnen de gestelde termijn.
Appellant diende verzet in en voerde aan dat hij door gezondheidsproblemen, vergeetachtigheid en financiële moeilijkheden niet in staat was het griffierecht te betalen. Tevens gaf hij aan geen advocaat te hebben en dat zijn vrouw meestal de papieren regelde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de door appellant aangevoerde omstandigheden onvoldoende waren onderbouwd om hem te vrijwaren van betaling of om aan te nemen dat het niet betalen hem slechts in geringe mate kon worden toegerekend. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en het hoger beroep bleef niet-ontvankelijk.
De Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan appellant te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door J.C. Boeree, in aanwezigheid van griffier S.C. Scholten, op 24 mei 2024.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van het griffierecht.