ECLI:NL:CRVB:2024:1082
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-betaald griffierecht in hoger beroep UWV-zaak
Appellant heeft verzet ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep, omdat het griffierecht niet was betaald.
De Raad heeft het verzet behandeld op 12 april 2024, waarbij partijen niet verschenen. Appellant stelde dat het griffierecht reeds was voldaan en overlegd een bankafschrift van een betaling van €136,- van 16 juni 2022. Dit betrof echter een betaling voor een andere zaak en niet voor de onderhavige procedure.
De Raad concludeerde dat het verschuldigde griffierecht voor deze procedure niet is betaald en appellant geen andere redenen heeft aangevoerd die dit kunnen verklaren. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter J.C. Boeree, in aanwezigheid van griffier S.C. Scholten, en uitgesproken op 24 mei 2024.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.