ECLI:NL:CRVB:2024:1084
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht afgewezen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Vervolgens heeft appellant verzet ingediend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De Raad heeft appellant meerdere malen verzocht om verzetsgronden in te dienen, maar appellant heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Pas na het verstrijken van de termijn betaalde appellant het griffierecht zonder toelichting. Omdat geen gronden voor verzet zijn aangevoerd, verklaart de Raad het verzet niet-ontvankelijk.
Het te laat betaalde griffierecht zal aan appellant worden terugbetaald. De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen. De beslissing is genomen door de Centrale Raad van Beroep op 24 mei 2024.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van verzetsgronden en het te laat betalen van het griffierecht.