ECLI:NL:CRVB:2024:1084

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 mei 2024
Publicatiedatum
7 juni 2024
Zaaknummer
22/2827 WIA-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht afgewezen

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Vervolgens heeft appellant verzet ingediend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

De Raad heeft appellant meerdere malen verzocht om verzetsgronden in te dienen, maar appellant heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Pas na het verstrijken van de termijn betaalde appellant het griffierecht zonder toelichting. Omdat geen gronden voor verzet zijn aangevoerd, verklaart de Raad het verzet niet-ontvankelijk.

Het te laat betaalde griffierecht zal aan appellant worden terugbetaald. De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen. De beslissing is genomen door de Centrale Raad van Beroep op 24 mei 2024.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van verzetsgronden en het te laat betalen van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 24 mei 2024
22/2827 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 31 augustus 2022, 21/3450 en 21/3709 (aangevallen uitspraken)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

In de uitspraak van 16 februari 2023 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Appellant heeft verzet ingediend.
Het verzet is behandeld op de zitting van 12 april 2024. Appellant is, met voorafgaand bericht, niet verschenen en ook het Uwv is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

In de uitspraak van de Raad van 16 februari 2023 is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald.
Appellant heeft geen gronden ingediend in verzet. De Raad heeft appellant met brieven van 29 maart 2023 en 1 mei 2023 gevraagd om verzetsgronden in te dienen. Hij heeft daarvoor beide keren een termijn van vier weken gekregen. Hij heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Wel heeft hij op 23 maart 2024, ver na de termijn die daarvoor geldt, alsnog zonder toelichting het griffierecht betaald.
Omdat appellant geen gronden heeft ingediend zal het verzet niet-ontvankelijk worden verklaard.
Het te laat betaalde griffierecht zal aan appellant worden teruggestort.
De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan appellant te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- verklaart het verzet niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 136,- door de griffier van de Raad aan appellant zal worden terugbetaald.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van S.C. Scholten als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2024.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) S.C. Scholten