ECLI:NL:CRVB:2024:1092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-uitkering ondanks betwisting duurzaamheid volledige arbeidsongeschiktheid
Appellant was volledig arbeidsongeschikt en ontving een WGA-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Hij betwistte dat zijn arbeidsongeschiktheid duurzaam is en vorderde een IVA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het intrekken van de WGA-uitkering niet-ontvankelijk en verklaarde het beroep tegen de toekenning van de WGA-uitkering ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten sinds 2017 zijn toegenomen en dat er geen verbetering te verwachten is, mede vanwege chronische lichamelijke klachten. Het UWV stelde dat er nog behandelmogelijkheden waren en dat verbetering binnen een jaar mogelijk was. De Raad oordeelde dat het UWV voldoende inzichtelijk en toereikend had gemotiveerd dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was, mede op basis van medische rapporten en behandelplannen.
Verder wees de Raad het verzoek om immateriële schadevergoeding af, omdat appellant onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van een ernstige aantasting van zijn persoonlijke levenssfeer. Het hoger beroep werd afgewezen en de toekenning van de WGA-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De toekenning van de WGA-uitkering wordt bevestigd omdat de volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is.