ECLI:NL:CRVB:2024:110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 57,73% door UWV per 7 februari 2020
Appellant, voorheen heftruckchauffeur, ontving sinds 2013 een WGA-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid in 2019 stelde het UWV op 6 december 2019 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor de uitkering werd beëindigd. Na bezwaar stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid per 7 februari 2020 vast op 57,73%, wat door appellant werd aangevochten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 16 oktober 2020 een juiste weergave gaf van de beperkingen. De arbeidsdeskundige Scholte vond slechts één functieaspect twijfelachtig, maar de rechtbank vond geen aanleiding om aan de geschiktheid van de geselecteerde functies te twijfelen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren over onvoldoende medisch onderzoek en onvoldoende rekening houden met zijn beperkingen en belangen. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid juist had vastgesteld op basis van een gedegen verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van appellant per 7 februari 2020 terecht heeft vastgesteld op 57,73%.