ECLI:NL:CRVB:2024:1105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, kreeg een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 59,05%, gevolgd door een WGA-vervolguitkering. Na herbeoordeling door UWV-artsen werd vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waarop de WIA-uitkering per 9 april 2022 werd beëindigd.
Appellant betwistte dit en stelde dat hij meer beperkingen heeft dan door het UWV aangenomen, onder meer vanwege psychische klachten en vermoeidheid. De rechtbank oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen passend waren, waarbij ook de medische rapporten en het revalidatietraject geen aanleiding gaven tot urenbeperking.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af. De medische en arbeidskundige beoordelingen zijn voldoende gemotiveerd en inzichtelijk. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige wordt afgewezen omdat er geen twijfel bestaat aan de juistheid van het UWV-onderzoek. De beëindiging van de WIA-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.