ECLI:NL:CRVB:2024:1112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen op eerste ziektedag
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van vermeende arbeidsongeschiktheid sinds 1 augustus 2007. Het UWV weigerde de uitkering omdat zij op die datum over arbeidsvermogen beschikte en dit niet binnen vijf jaar daarna duurzaam verloor.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het onderzoek van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen zorgvuldig was en dat de conclusie over arbeidsvermogen deugdelijk was onderbouwd. Appellante voerde aan dat de medische en arbeidskundige onderzoeken onvoldoende zorgvuldig waren en dat haar arbeidsvermogen binnen vijf jaar verloren was gegaan, onder meer met verwijzing naar recente medische verklaringen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellante op de eerste ziektedag arbeidsvermogen had en dat dit niet binnen vijf jaar verloren is gegaan. De Raad vindt het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en ziet geen aanleiding tot inschakeling van een deskundige. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd omdat appellante op de eerste ziektedag over arbeidsvermogen beschikte en dit niet binnen vijf jaar verloor.