Uitspraak
14 september 2023, 23/1378
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Raad heeft appellant meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen de gestelde termijnen. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet betaald.
De Raad heeft vastgesteld dat appellant in verzuim is en dat het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen zonder inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 juni 2024. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.