ECLI:NL:CRVB:2024:1133
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 voor naoorlogse generatie
Appellant, geboren in 1966, diende in oktober 2022 een aanvraag in bij de Pensioen- en Uitkeringsraad voor een uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Deze aanvraag werd op 27 januari 2023 afgewezen omdat de Wuv sinds een wetswijziging van 15 juli 1994 gesloten is voor de zogenoemde naoorlogse generatie, waaronder appellant valt.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep heeft het beroep behandeld op 10 april 2024 en concludeert dat appellant niet onder de werking van de Wuv kan worden gebracht. De Raad benadrukt dat alleen personen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in omstandigheden verkeerden die overeenkomen met vervolging nog in aanmerking komen voor gelijkstelling met de vervolgde.
Hoewel appellant een tegemoetkoming heeft ontvangen op grond van de regeling voor slachtoffers van WOII-transporten van de NS, kan dit niet leiden tot toekenning van aanspraken op grond van de Wuv. De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit, waardoor appellant geen recht heeft op toekenningen op grond van de Wuv en het griffierecht niet wordt teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een uitkering op grond van de Wuv wordt afgewezen.