ECLI:NL:CRVB:2024:1143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken toestemming bewindvoerder
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen eerdere uitspraken van de rechtbank Den Haag en de Centrale Raad van Beroep. Echter, sinds 18 maart 2015 is er een bewind ingesteld over de goederen van appellant vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand. De bewindvoerder heeft geen toestemming gegeven voor het voeren van deze procedure.
De Raad concludeert dat appellant niet zelfstandig kan optreden omdat hij niet tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat is. Dit blijkt ook uit het hoger beroepschrift, waarin niet duidelijk is waartegen het beroep is gericht of wat appellant wil bereiken.
Daarom wordt het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 mei 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van toestemming van de bewindvoerder en het onvermogen van appellant om zelfstandig zijn belangen te waarderen.