ECLI:NL:CRVB:2024:1163
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellante heeft in 2013 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering die destijds werd geweigerd omdat zij meer dan 75% van het minimumloon kon verdienen. In 2019 diende zij een nieuwe aanvraag in, ondersteund door medische rapporten en informatie over haar werkervaringen, maar ook deze werd door het UWV afgewezen vanwege voldoende arbeidsvermogen.
De rechtbank Limburg vernietigde het bezwaarbesluit van het UWV en oordeelde dat het UWV onjuist het toetsingskader van de Wajong 2015 toepaste in plaats van dat van de Wajong 2010. De rechtbank gaf het UWV opdracht het bezwaar opnieuw te beoordelen volgens de juiste criteria.
In hoger beroep stelt appellante dat haar beperkingen ernstiger zijn dan eerder aangenomen, onderbouwd met medische rapporten en werkervaringen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het UWV op goede gronden heeft vastgesteld dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die het eerdere besluit onjuist maken. De medische informatie bevestigt het eerdere beeld van belastbaarheid en de mislukte werkervaringen leiden niet tot een ander oordeel.
De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond, bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten en handhaaft het besluit van het UWV. Appellante krijgt geen Wajong-uitkering en ook geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.