ECLI:NL:CRVB:2024:1197
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag nabestaandenuitkering wegens ontbreken verzekering echtgenoot
Appellante, weduwe van haar overleden echtgenoot, heeft een aanvraag ingediend voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees deze aanvraag af omdat de echtgenoot op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Deze afwijzing werd door de rechtbank bevestigd en ook de Centrale Raad van Beroep oordeelde in hoger beroep dat de afwijzing terecht was.
Appellante voerde aan dat haar echtgenoot AOW-pensioen ontving bij overlijden en dat zij daarom recht zou hebben op een ANW-uitkering. De Raad stelde echter vast dat uit de gedingstukken niet blijkt dat de echtgenoot verzekerd was voor de ANW of op grond van de Marokkaanse wetgeving. De ziekte en financiële situatie van appellante rechtvaardigen geen afwijkende uitkering.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: De aanvraag voor een nabestaandenuitkering wordt afgewezen omdat de echtgenoot niet verzekerd was op het moment van overlijden.