ECLI:NL:CRVB:2024:1199
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging derdenbeslag op AOW-pensioen met inachtneming beslagvrije voet
Appellant ontvangt een AOW-pensioen van de Sociale verzekeringsbank (Svb). Op verzoek van een derde partij is er derdenbeslag gelegd op dit pensioen vanwege een belastingschuld van appellant bij een gemeente. De Svb hield hierbij rekening met een beslagvrije voet van € 1.085,- per maand.
Appellant maakte bezwaar tegen de inhouding, maar dit bezwaar werd door de Svb ongegrond verklaard. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde zich onbevoegd om de rechtmatigheid van het derdenbeslag te beoordelen en verklaarde het beroep voor het overige ongegrond, waarmee het besluit van de Svb in stand bleef.
Appellant stelde dat het beslag niet rechtmatig was, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde dat de Svb en de Raad alleen kunnen toetsen of de Svb binnen de kaders van het beslag is gebleven. De Svb had dit correct gedaan door rekening te houden met de beslagvrije voet. De Raad vond geen onjuistheden in het besluit en bevestigde de rechtmatigheid van het beslag en de inhouding.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gebaseerd op vaste jurisprudentie dat de geldigheid en omvang van het beslag niet door de Svb of de Raad kunnen worden beoordeeld, maar uitsluitend door de civiele rechter.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van de Sociale verzekeringsbank tot inhouding op het AOW-pensioen met inachtneming van de beslagvrije voet.