Uitspraak
13 november 2023, 23/4747
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €136,- niet binnen de gestelde termijn is betaald, ondanks meerdere aanmaningen en een eenmalig verleend uitstel voor het indienen van de gronden van het hoger beroep.
Daarnaast zijn de gronden van het hogerberoepschrift niet binnen de vereiste termijn toegezonden, en is niet gebleken dat er redenen zijn die het verzuim kunnen verontschuldigen. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling.
De Raad heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, en is op 11 juni 2024 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en het niet indienen van de gronden.