Uitspraak
13 juli 2023, 22/2154 en 22/2156
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant bij brief van 28 december 2023 en opnieuw bij aangetekende brief van 28 januari 2024 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen een gestelde termijn.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald. De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.E.M. Marsé in aanwezigheid van griffier A. Giesen op 11 juni 2024. Tegen deze uitspraak is verzet mogelijk binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.