Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland en vervolgens verzet aangetekend tegen een niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdig betalen van griffierecht. Tijdens de behandeling van het verzet heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter en later tegen alle rechters van de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overweegt dat het verzoek om wraking van alle rechters neerkomt op het wraken van de Raad als zodanig, wat niet mogelijk is volgens de geldende regelgeving. Het verzoek wordt daarom zonder zitting niet in behandeling genomen. Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter wordt eveneens afgewezen omdat het verzoek geen concrete feiten of omstandigheden bevat die de onpartijdigheid aantasten en slechts algemene, aanmatigende uitlatingen bevat.
Verder wordt vastgesteld dat het wrakingsverzoek misbruik van het wrakingsmiddel inhoudt. Gezien deze omstandigheden zal een volgend wrakingsverzoek van verzoeker niet in behandeling worden genomen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep en uitgesproken op 6 november 2024.