Betrokkene, een statushouder die na verblijf in asielzoekerscentra een bijstandsuitkering ontving, kreeg van het college overbruggingskosten toegekend die te laag waren vastgesteld. Tevens was de verrekening van voorschotten met de bijstandsuitkering over juni 2021 onjuist.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college de belangen van betrokkene onvoldoende had meegewogen bij het vaststellen van de overbruggingskosten en dat de verrekening van voorschotten onterecht was toegepast. Hierdoor ontstond een financiële krapte bij betrokkene, die leidde tot een huurschuld.
De Raad herroept het besluit van 18 juni 2021 en de betaalspecificatie over juni 2021, en bepaalt dat betrokkene recht heeft op overbruggingskosten van € 864,41 en een nabetaling van € 609,21. Ook moet het college € 519,12 aan betrokkene nabetalen voor de bijstand over juni 2021 na correcte verrekening. Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.