ECLI:NL:CRVB:2024:1245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende motivering medische beoordeling persoonlijkheidsstoornis
De zaak betreft een hoger beroep tegen het besluit van het UWV van 23 juni 2022, waarbij het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de persoonlijkheidsstoornis NAO en aanpassingsstoornis van appellant bij de beoordeling van zijn functionele mogelijkheden in 2006. De Raad stelde in een tussenuitspraak vast dat het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en gaf het UWV opdracht dit gebrek te herstellen.
Het UWV bracht daarop een nieuw rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep uit januari 2024 in, waarin werd geconcludeerd dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 20 juli 2006 correct waren vastgesteld, passend bij de ernst van de psychische problematiek zoals beschreven in het psychiatrisch rapport van 2007. Appellant voerde aan dat het rapport onjuistheden bevatte en dat zijn problematiek ernstiger was, onder meer door gokverslaving en beperkingen in functioneren.
De Raad oordeelde dat het UWV met het nieuwe rapport het gebrek had hersteld en dat er geen sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die aanleiding geven tot herziening van het oorspronkelijke besluit. Ook was er geen reden een deskundige te benoemen. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV van 23 juni 2022 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.