Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:1257

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 juni 2024
Publicatiedatum
28 juni 2024
Zaaknummer
24/316 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:104 AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd in hoger beroep tegen herzieningsverzoek

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die haar verzoek om herziening niet-ontvankelijk heeft verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht. De herziening betrof een eerdere uitspraak waarin verzet was afgewezen met toepassing van artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb tegen uitspraken van de rechtbank zoals bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, geen hoger beroep mogelijk is. Dit geldt ook voor uitspraken waarin een verzoek om herziening betrekking heeft op een dergelijke uitspraak.

Daarom verklaart de Raad zich kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het ingestelde hoger beroep en besluit zonder nadere inhoudelijke beoordeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in aanwezigheid van griffier L.C. van Bentum, en uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2024.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het beroep af.

Uitspraak

Datum uitspraak: 26 juni 2024
24/316 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2023, 23/2992 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzoek om herziening [1] van appellante van de uitspraak van de rechtbank van 15 maart 2023 (22/542) waarin het verzet tegen de uitspraak van 30 september 2022 met toepassing van artikel 8:55, zevende lid, van de Awb [2] ongegrond is verklaard. De rechtbank heeft het verzoek om herziening nietontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald.
In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld. Hetzelfde geldt ten aanzien van een uitspraak van de rechtbank waarin het verzoek om herziening betrekking heeft op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb. [3]
Hoger beroep is dus niet mogelijk. De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellante ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van L.C. van Bentum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2024.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) L.C. van Bentum
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale),
statue:
Se déclare incompétente.
Par conséquent, décidée par le maître M.A.H. van Dalen-van Bekkum en présence de L.C. van Bentum en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 26 juin 2024.
Les intéressés et les organs d’administration auront le droit à présenter une opposition écrite contre la présente décision, dans les six semaines suivantes à la notification de la copie, à la Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale), Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. L’intéressé présentant l’opposition pourra demander d’avoir l’opportunité d’être entendu sur son opposition.

Voetnoten

1.Als bedoeld in artikel 8:119 van Pro de Awb.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Zie de uitspraak van 26 februari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:469.