ECLI:NL:CRVB:2020:469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid hoger beroep tegen herzieningsuitspraak in WIA-zaak
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV over zijn WIA-uitkering. Na een niet-ontvankelijkverklaring van zijn beroep door de rechtbank wegens te late indiening van beroepsgronden, deed appellant verzet, dat eveneens ongegrond werd verklaard. Vervolgens verzocht appellant om herziening van die uitspraak, maar de rechtbank wees dit verzoek af omdat de aangevoerde redenen niet binnen het wettelijke kader vielen.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte zijn herzieningsverzoek had afgewezen en dat er sprake was van een rechterlijke dwaling. Hij voerde aan dat zijn beroepsgronden tijdig waren ingediend en dat hem onterecht een rechtsmiddel was onthouden. De Centrale Raad van Beroep overwoog echter dat tegen de aangevallen uitspraak geen hoger beroep mogelijk is op grond van de Awb.
De Raad verklaarde zich daarom onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep. Tevens wees de Raad erop dat correctie van onherroepelijke uitspraken via andere middelen mogelijk is, zoals een verzoek om rectificatie of vervallenverklaring. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de herzieningsuitspraak.