ECLI:NL:CRVB:2024:1264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten en geen toename beperkingen
Appellant vroeg om terug te komen op de eerdere weigering van een Wajong-uitkering, stellende dat hij duurzaam geen arbeidsvermogen heeft sinds zijn achttiende jaar. Het UWV had de aanvraag afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten en het ontbreken van toename van beperkingen binnen vijf jaar na zijn achttiende verjaardag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde het UWV in het gelijk.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er nieuwe informatie was over zijn problematiek, waaronder zorgbehoefte, gedragsproblemen, Foetaal Alcohol Syndroom en een laag intelligentieniveau. De Raad oordeelde echter dat deze informatie niet nieuw was of onvoldoende onderbouwd, en dat het UWV terecht had gemotiveerd dat het arbeidsvermogen zich nog kan ontwikkelen.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De weigering van de Wajong-uitkering blijft van kracht en er is geen grond voor schadevergoeding. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten en toename van beperkingen.