ECLI:NL:CRVB:2024:1265
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WIA-zaak. Tijdens het hoger beroep heeft het UWV op 11 september 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarmee het volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep heeft op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) overwogen dat bij intrekking van het beroep vanwege volledige tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek kan worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad heeft vastgesteld dat het UWV reeds de kosten in de bezwaarfase heeft vergoed en dat de rechtbank het UWV al heeft veroordeeld tot vergoeding van kosten in beroep.
De Raad heeft daarom alleen de in hoger beroep gemaakte kosten beoordeeld en het UWV veroordeeld tot vergoeding van € 2.187,50 aan proceskosten voor rechtsbijstand en het betaalde griffierecht van € 126,-. De uitspraak is gedaan door rechter H.G. Rottier op 26 juni 2024.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.