Uitspraak
PROCESVERLOOP
.De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg .
Centrale Raad van Beroep
Appellante had haar nabestaandenuitkering ingetrokken gekregen omdat haar jongste kind 18 jaar was geworden. Zij maakte bezwaar en gaf aan ten minste 45% arbeidsongeschikt te zijn, wat aanleiding gaf tot een onderzoek door het UWV in opdracht van de Sociale Verzekeringsbank (Svb).
Het UWV adviseerde dat appellante inderdaad meer dan 45% arbeidsongeschikt was in de zin van de Algemene Nabestaandenwet (ANW). De Svb besloot daarop de nabestaandenuitkering per 1 januari 2022 alsnog voort te zetten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Appellante stelde hoger beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat zij geen belang meer had bij de beoordeling van het hoger beroep, nu de Svb haar bezwaar volledig had gehonoreerd. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante kreeg geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na voortzetting van de nabestaandenuitkering.