ECLI:NL:CRVB:2024:1278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV op 24 januari 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarmee het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De Raad stelde vast dat op grond van artikel 8:75a Awb in samenhang met artikel 8:108 Awb Pro het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming kan worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De proceskosten werden vastgesteld op € 3.724,76, inclusief kosten voor het indienen van het beroepschrift en hogerberoepschrift, en een vergoeding voor een deskundigenrapport van een verzekeringsarts.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 185,-. De uitspraak werd gedaan door rechter S. Wijna op 27 juni 2024. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten vanwege de intrekking van het hoger beroep.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 3.724,76 aan proceskosten en € 185,- griffierecht aan appellant.