ECLI:NL:CRVB:2024:1278

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 juni 2024
Publicatiedatum
3 juli 2024
Zaaknummer
23/881 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV op 24 januari 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarmee het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De Raad stelde vast dat op grond van artikel 8:75a Awb in samenhang met artikel 8:108 Awb Pro het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming kan worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De proceskosten werden vastgesteld op € 3.724,76, inclusief kosten voor het indienen van het beroepschrift en hogerberoepschrift, en een vergoeding voor een deskundigenrapport van een verzekeringsarts.

Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 185,-. De uitspraak werd gedaan door rechter S. Wijna op 27 juni 2024. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten vanwege de intrekking van het hoger beroep.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 3.724,76 aan proceskosten en € 185,- griffierecht aan appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 27 juni 2024
23/881 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 februari 2023, 21/2059 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. S.J.W.C. Lipman hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het Uwv heeft op 24 januari 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 24 januari 2024 volledig aan het hoger beroep van appellant is tegemoetgekomen. Omdat aan appellant is tegemoetgekomen, is er aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 875,- in beroep (voor het indienen van het beroepschrift) en € 875,- in hoger beroep (voor het indienen van het hogerberoepschrift).
Appellant heeft een deskundigenrapport van verzekeringsarts L. Greveling-Fockens ingediend. De kosten die appellant in dit verband redelijkerwijs heeft moeten maken komen gedeeltelijk voor vergoeding in aanmerking. De werkzaamheden van de verzekeringsarts (14,50 uren) worden vergoed conform het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Er wordt daarbij uitgegaan van een maximaal uurtarief van € 136,19 (in 2022). Dit betekent dat voor de werkzaamheden een bedrag van € 1.974,76 wordt vergoed.
De totale proceskostenveroordeling bedraagt € 3.724,76.
Tevens zal het Uwv worden veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Dat griffierecht bedraagt in totaal € 185,-.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.724,76;
- bepaalt dat het Uwv het door appellant beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van
€ 185,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door S. Wijna, in tegenwoordigheid van D. Schaap als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2024.
(getekend) S. Wijna
(getekend) D. Schaap