ECLI:NL:CRVB:2024:1282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering terecht wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant was ziekgemeld met lichamelijke en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 24 oktober 2021 omdat appellant meer dan 65% van zijn laatstverdiende loon kan verdienen in passende functies. Appellant voerde aan dat hij door medische beperkingen, waaronder medicatiegebruik en klachten zoals tinnitus en darmklachten, niet geschikt zou zijn voor deze functies.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, onder meer op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), medische rapporten en arbeidsdeskundig onderzoek. De rechtbank wees het standpunt van appellant af dat extra beperkingen moesten worden aangenomen, mede omdat deze te laat waren ingebracht en onvoldoende medisch waren onderbouwd.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt vast dat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de door hem gestelde beperkingen, waaronder het medicatiegebruik en de gevolgen daarvan. Ook de bezwaren tegen de geschiktheid van de geselecteerde functies worden verworpen op basis van de gemotiveerde arbeidskundige rapporten.
De Raad concludeert dat het UWV terecht de ZW-uitkering heeft beëindigd en wijst het hoger beroep af. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door M.L. Noort op 27 juni 2024.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kan verdienen in passende functies.