ECLI:NL:CRVB:2024:1285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging toeslag op grond van de Toeslagenwet wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellant ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) naar de ongehuwdennorm. Na melding van zijn huwelijk en wijziging van zijn leefsituatie beëindigde het Uwv de toeslag per 1 maart 2023 omdat zijn echtgenote na 31 december 1971 is geboren en hij geen zorg draagt voor een kind jonger dan twaalf jaar.
Appellant stelde dat hij duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenote en daarom recht heeft op de toeslag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van duurzaam gescheiden leven, mede omdat het ontbreken van samenwoning niet voldoende is om dit aan te nemen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat beide echtgenoten hun eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, en dat dit niet ondubbelzinnig uit de feiten bleek. De intentie om samen te leven, de omstandigheden rondom verblijf en het ontbreken van financiële verstrengeling werden meegewogen. De beëindiging van de toeslag blijft daarom in stand.
Uitkomst: De toeslag op grond van de Toeslagenwet wordt beëindigd omdat appellant niet duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenote.