ECLI:NL:CRVB:2024:1289
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende motivering duurzaamheid lichamelijke beperkingen in WIA-uitkering
Appellante ontvangt sinds 2011 een WGA-uitkering wegens 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2016 stelde het UWV vast dat haar beperkingen niet duurzaam volledig waren, waardoor haar WGA-uitkering werd voortgezet. Appellante maakte bezwaar en vorderde een IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat de lichamelijke klachten verbetering konden vertonen met therapie en revalidatie.
In hoger beroep betoogt appellante dat haar lichamelijke klachten, waaronder fibromyalgie en chronisch vermoeidheidssyndroom, duurzaam zijn en onvoldoende zijn meegewogen. De Raad concludeert dat het UWV de kans op herstel van de lichamelijke beperkingen niet concreet en deugdelijk heeft gemotiveerd. De verzekeringsarts heeft onvoldoende onderbouwd waarom de beperkingen niet duurzaam zijn, ondanks chronische klachten en eerdere behandelingen.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het gebrek in de motivering te herstellen door een nieuwe inschatting te maken van de kans op herstel, waarbij rekening wordt gehouden met de ernst, duur en samenhang van de klachten en reeds gevolgde behandelingen. Indien dit leidt tot een gewijzigde functionele mogelijkhedenlijst, moet de arbeidsdeskundige beoordelen of appellante recht heeft op een IVA-uitkering.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken het gebrek in de motivering over de duurzaamheid van de lichamelijke beperkingen te herstellen.