ECLI:NL:CRVB:2024:1302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens herstel arbeidsgeschiktheid bevestigd
Appellante was werkzaam als regisseur brandveilig leven en meldde zich ziek met griep en gevoeligheid voor elektromagnetische straling. Het Uwv beëindigde haar ZW-uitkering per 3 oktober 2019 op grond van een medische beoordeling dat zij weer arbeidsgeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische beoordeling zorgvuldig was en geen objectieve grond bestond voor beperkingen door elektromagnetische straling.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen door elektromagnetische straling werden onderschat en verzocht zij om benoeming van een deskundige. De Raad oordeelde dat appellante haar standpunt niet met medische gegevens onderbouwde en dat de rechtbank de gronden afdoende had gemotiveerd. De Raad wees het verzoek om een deskundige af en bevestigde de beëindiging van de ZW-uitkering.
De medische beoordeling concludeerde een somatische symptoomstoornis van lichte aard met beperkingen bij stressvolle situaties, maar geen belemmering voor het eigen werk. De Raad benadrukte het belang van het in kaart brengen van functionele belemmeringen boven het toekennen van een specifieke diagnose. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ZW-uitkering terecht per 3 oktober 2019 is beëindigd wegens herstel van arbeidsgeschiktheid.