ECLI:NL:CRVB:2024:1303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De Raad heeft appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen een gestelde termijn. Deze termijnen zijn niet nageleefd, mede doordat de gemachtigde van appellante niet tijdig kennis heeft genomen van de aangetekende brieven vanwege een kantooradreswijziging.
De Raad overweegt dat de gemachtigde zelf heeft bijgedragen aan de verwarring door beide adressen te blijven gebruiken in correspondentie. Bovendien is het aannemelijk dat de gemachtigde tijdig kennis kon nemen van poststukken, aangezien hij ook op andere correspondentie heeft gereageerd die naar het oude adres was gestuurd. Appellante had voldoende gelegenheid om het griffierecht tijdig te voldoen, maar heeft dit niet gedaan.
Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door C. Karman en uitgesproken op 3 juli 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.