ECLI:NL:CRVB:2024:1305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens herstel arbeidsvermogen bevestigd
Appellant, voorheen werkzaam als flensmonteur, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 13 mei 2022, omdat appellant naar oordeel van het UWV meer dan 65% van zijn loon kon verdienen in passende functies, vastgesteld op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidskundig onderzoek.
Appellant stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat er onvoldoende rekening was gehouden met fysieke beperkingen zoals het dragen van zware beschermende middelen en vermoeidheidsklachten. Hij overhandigde medische stukken ter onderbouwing. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen correct waren vastgelegd in een gecorrigeerde FML.
De Raad oordeelde dat het primaire onderzoek, hoewel telefonisch en niet door een verzekeringsarts, in bezwaar adequaat was hersteld. De medische stukken van appellant toonden geen beperkingen aan die relevant waren op de datum van beëindiging. Ook de arbeidskundige beoordeling bevestigde dat de geselecteerde functies passend waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de beëindiging van de ZW-uitkering in stand bleef.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering per 13 mei 2022 wordt bevestigd.