Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
In wat appellante voorts heeft aangevoerd ziet de Raad geen aanleiding voor het oordeel dat de geselecteerde functies in medisch opzicht voor haar niet geschikt zijn.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, die zich sinds januari 2019 ziekmeldde met bekken- en rugklachten, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering toe te kennen per 4 mei 2021.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat de door haar aangevoerde beperkingen onvoldoende waren onderbouwd met objectieve medische gegevens. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij meer beperkingen heeft, onder meer op het gebied van vervoer en belastbaarheid, en dat de FML niet volledig is. Ook stelde zij dat het geluidsniveau in de geduide functies ongeschikt is.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV-onderzoek zorgvuldig en juist is uitgevoerd en dat de medische en arbeidskundige beoordelingen voldoende gemotiveerd zijn. De toekenning van een scootmobiel en taxipas op grond van de WMO leidt niet tot een andere beoordeling binnen de WIA. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.