ECLI:NL:CRVB:2024:1348
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omzetting WIA-uitkering in WGA-vervolguitkering bij arbeidsongeschiktheid 45-55%
Appellante werkte als boekhoudkundig medewerker en ontving sinds 10 december 2018 een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA, met een arbeidsongeschiktheid van 53,23%. Per 9 december 2020 werd deze omgezet in een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Appellante maakte bezwaar tegen deze omzetting, waarna een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek plaatsvond. De FML en arbeidsdeskundige rapporten concludeerden dat appellante geschikt was voor bepaalde functies binnen haar beperkingen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en volgde de onafhankelijke deskundige internist prof. dr. Hoekstra, die de door appellante gestelde klachten niet als objectief medisch gevolg van haar diabetes erkende. De rechtbank vond de FML en de geselecteerde functies passend.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij volledig arbeidsongeschikt is en meer beperkingen heeft dan in de FML vermeld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de medische beperkingen adequaat zijn vastgesteld en dat de functies medisch geschikt zijn. De door appellante ingebrachte aanvullende medische stukken en argumenten werden onvoldoende geacht.
De Raad bevestigde daarmee het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep wordt verworpen en de omzetting van de WIA-uitkering in een WGA-vervolguitkering blijft van kracht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot omzetting van de WIA-uitkering in een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%.