ECLI:NL:CRVB:2024:1351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herleving Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft tot mei 2005 een Wajong-uitkering ontvangen, die toen werd ingetrokken. Daarna heeft hij meerdere keren verzocht om herleving van deze uitkering, telkens afgewezen door het Uwv. Het Uwv vernietigde oudere dossiers vanwege de wettelijke bewaartermijn van tien jaar. Appellant stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid was toegenomen door dezelfde oorzaak, maar kon dit niet concreet onderbouwen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij onvoldoende feiten of medische gegevens aanleverde die een toename van arbeidsongeschiktheid aantonen. Ook het ontbreken van een verzekeringsartsonderzoek werd niet als een tekortkoming gezien, omdat het Uwv niet over voldoende informatie beschikte om dit te rechtvaardigen.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad vond dat het Uwv terecht het verzoek tot herziening afwees wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden en dat het niet verplicht was een verzekeringsarts te raadplegen. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De beslissing van de rechtbank blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het verzoek om herleving van de Wajong-uitkering wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.