ECLI:NL:CRVB:2024:1365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wlz-zorg wegens onvoldoende medische onderbouwing en geen behoefte aan 24-uurszorg
Appellante, bekend met een progressieve spierziekte, diende een aanvraag in voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees deze aanvraag af omdat er geen sprake was van een behoefte aan permanent toezicht of 24-uurszorg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het medisch advies waarop het besluit was gebaseerd zorgvuldig was opgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch advies onzorgvuldig was, onder meer omdat telefonisch contact met behandelaars niet was toegestaan en de inhoud onjuist was weergegeven. Tevens stelde zij dat zij acute medische interventies nodig had vanwege verslik- en valgevaar en dat persoonsalarmering onvoldoende was. De Raad oordeelde echter dat appellante geen nieuwe gronden had aangevoerd en dat het medisch advies zorgvuldig was tot stand gekomen.
De Raad vond dat appellante haar stellingen over verslik- en valgevaar niet had onderbouwd met objectieve medische gegevens. Ook was niet aangetoond dat zij persoonsalarmering niet kon bedienen of dat hulp te lang op zich liet wachten. Hoewel de progressieve aard van haar aandoening erkend werd, was op het moment van beoordeling nog geen recht op Wlz-zorg. Het hoger beroep werd afgewezen en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wlz-aanvraag van appellante wegens onvoldoende medische onderbouwing.