Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 3.249,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 908,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Het UWV heeft vervolgens op 6 december 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarmee het gedeeltelijk aan de bezwaren van appellante tegemoetkwam. Naar aanleiding hiervan heeft appellante op 20 oktober 2023 het hoger beroep ingetrokken en verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante, begroot op € 3.249,- volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast moet het UWV het betaalde griffierecht van € 908,- vergoeden. Een integrale vergoeding van de door appellante gedeclareerde advocatenuren is niet toegekend, omdat geen bijzondere omstandigheden zijn vastgesteld die afwijken van de forfaitaire vergoeding.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 3.249,- aan proceskosten en € 908,- aan griffierecht aan appellante.